Het verhaal van Muataz.


ONDERNEMEN ALS VLUCHTELING: MOEILIJK ... MAAR HET KAN!

Sommige vluchtelingen willen een eigen zaak beginnen in België, hun eigen baas zijn en verantwoordelijk zijn voor hun eigen inkomen. Ze dromen ervan, maar enkelen zetten de stap. Om ondernemer te worden in ons land, zijn er opportuniteiten maar ook veel valkuilen. Het project AZO! organiseert regelmatig infomomenten om vluchtelingen te helpen om hun droom waar te maken.

Muhsen en Muataz, twee vluchteling-ondernemers getuigen over de moeilijkheden die zij ondervonden toen ze hun zaak opstartten, maar geven ook raad en tips aan andere vluchtelingen die ondernemer willen worden. Maandagavond 15 januari 2018 organiseerde Vluchtelingenwerk Vlaanderen samen met microStartStarterslaboen !DROPS een thema-avond: ondernemen als vluchteling in het bedrijvencentrum De Punt in Gentbrugge.

De bedoeling is om ondernemende vluchtelingen samen te brengen en ideeën en ervaringen uit te wisselen. ‘Een goede kennis van de Nederlandse taal is zeer belangrijk wanneer je wil ondernemen in Vlaanderen', zegt Muataz aan de andere vluchtelingen in de zaal. Hij is 35 jaar, was ingenieur en vluchtte in 2011 uit Homs in Syrië. Sinds zes jaar woont hij in België. Na één jaar kreeg hij zijn erkenning en mocht hij aan de slag gaan bij het OCMW bij de fietsontleningsdienst. Daar kwam hij vaak in contact met toeristen die Brugge bezochten. ‘Toen kreeg ik het idee om iets zelfstandig te beginnen', vertelt Muataz. ‘Sinds twee jaar heb ik mijn restaurant in Brugge (Taboulé). In mijn eethuis maak ik Libanese en Syrische specialiteiten waarvan sommige vegetarisch of veganistisch. Het is belangrijk dat je als ondernemer in Vlaanderen Nederlands leert. Taalkennis is zeer belangrijk. Deze raad wil ik andere kandidaat-ondernemers meegeven.’

‘Een goede kennis van de Nederlands taal is zeer belangrijk wanneer je wil ondernemen in Vlaanderen’

(Muataz)

Muataz kan zeer goed Nederlands spreken, en in de zaal begrijpen de meeste vluchtelingen Nederlands en kunnen een aardig woordje spreken. Toch zal Muataz zijn verhaal in het Arabisch brengen. Hassan, medewerker bij microStart, is de tolk van dienst. ‘Wees voorbereid voor je iets tekent’, vertelt Lens, manager van microStart in Gent aan de aanwezigen in de zaal. ‘Zeker wanneer je als ondernemer een pand gaat huren en je nog niet heel goed Nederlands kan. Neem rustig de tijd en vraag hulp aan ons of iemand anders om alles goed na te lezen. Niet iedereen is even eerlijk.’

MicroStart verleent kredieten aan kleine zelfstandigen die bij een gewone bank niet terechtkunnen voor een lening. Ze werken regelmatig met vluchtelingen zoals Muataz. Door kredieten van 500 tot 15 000 euro te verstrekken, kunnen mensen een onderneming opstarten of verder uitbouwen.

Voor vluchtelingen is het vaak moeilijk om een eigen zaak te starten. Daar probeert Vluchtelingenwerk Vlaanderen samen met haar andere partners binnen het project AZO! iets aan te veranderen. Wie mag ondernemen in Vlaanderen? Welke diploma’s heb je nodig om een eigen zaak te starten? Waar kan je terecht voor kredieten? Op deze en op veel meer vragen krijgen vluchteling-ondernemers een antwoord op infosessies zoals deze maar we geven ook individuele begeleiding.

‘Zonder begeleiding zou het zeer moeilijk geweest zijn’

(Muhsen)

‘Het probleem is dat er in België heel veel ingewikkelde regels zijn wanneer je een eigen zaak wil opstarten’, vertelt Muhsen. Hij vluchtte in 2015 uit Syrië en heeft sinds twee maanden zijn winkel in Geraardsbergen (The Panda Shop). ‘Mijn idee was om een winkel te openen met vers fruit, groenten en Arabisch specialiteiten,’ zegt Muhsen. ‘Zonder begeleiding zou het zeer moeilijk geweest zijn.’ Uit de zaal stellen veel geïnteresseerde vluchtelingen vragen aan Muhsen. Zij hebben interesse om een eigen zaak op te richten.

Muhsen is tevreden dat zijn winkel succesvol is. Hij heeft een goede relatie met de Arabische gemeenschap uit zijn wijk en is enorm populair bij de kinderen. Er zijn drie verschillende scholen in zijn buurt en die komen graag langs. ‘Ik verkoop het goedkoopste snoepgoed in de wijk, dat helpt!’